V
rijheid maakt dorstig, hongerig en nonchalant. Rond 22.00 uur is park Transwijk bezaaid met bekertjes, karton, bakjes, zakjes, bekertjes, bekertjes…
Utrecht en zijn gasten vieren hier vandaag de nationale, verplichte vrije dag.
Band De Staat luidt de nacht in. Een meisje met een kroontje op, een jongen met een bouwhelm, een kind met een handvol ballonnen en nog een paar duizend van dat soort types staren naar het podium.
Achter de feestende meute – op een stapel pallets – zit een groep jongens te lallen. Daarnaast zit Ida Smulders (54) uit Eindhoven. Ze raakt aan de praat met één van de jongens, Pim Schipper (24) uit Utrecht.
Ze wil iets doen om de schoonmakers ‘een riem onder het hart… uh… hart onder de riem te steken’. Ze drukt Pim iets in zijn handen, staat op en begint troep op te rapen. Pim kijkt naar zijn vrienden, dan weer naar Ida…
Vervolgens neemt zijn geweten de vorm aan van twee rubber handschoentjes, die Ida hem net heeft gegeven. Hij trekt ze aan en begint bekertjes te rapen. Zijn makkers staren meewarig naar het duo.
Nee, er ontstaat geen sneeuwbaleffect van bekertjesrapende festivalgangers. Geen collectieve schoonmaakwoede. Niets. Even verderop staat een jongen te laveloos gabberen op een berg afval.
Na een uur rapen moet Ida haar bus halen. Er is tientallen meters gras tevoorschijn gekomen. Ida is tevreden. Eén volgeling in genoeg, meent ze. Ze hebben een daad gesteld. ,,Het is goed zo.’’ Ze vraagt ‘Pimmetje’ om zijn adres en geboortedatum. Ze wil hem een kaartje sturen.
Pim voegt zich bij z’n vrienden. Hij gaat nog een biertje drinken. De Staat is bijna klaar. Duizenden mensen hebben een heerlijke Bevrijdingsdag gehad, maar geen van hen krijgt een kaartje van Ida. Pim wel.









